Ligging

Het zuidoostelijk hoger gelegen deel van België, gevormd door de provincies Luik, Namen en Luxemburg staat beter bekend als de Ardennen.

De naam Ardennen is afgeleid van het Keltische ‘ardu’, wat stil of hoog betekent en wordt voor het eerst vermeld in Julius Caesars relaas ‘Over de Gallische Oorlog’, waarin hij de opmerking maakte die elk Belgisch kind vanaf de eerste klas leert: “De Belgen zijn de dappersten van alle Galliërs”.

Het gebied vormt zowel een geografische als een culturele eenheid die echter betrekkelijk is, want de streek omvat een aantal hoogvlaktes met elk een eigen karakter.

Langs de Duitse grens liggen de Hautes Fagnes (de Hoge Venen), een hooggelegen en onherbergzaam, maar tevens schitterend moerasgebied. Het andere uiterste is het Land van Gaume in het zuiden, een licht glooiend mergelland dat deel uitmaakt van Lotharingen.

Beschut van de noordenwinden heeft het dan ook een zachter klimaat. De eigenlijke Hoge Ardennen bestaan uit een bergmassief, met hoogtes variërend tussen 500 en 600 meter en begroeid met uitgestrekte wouden. Diepe rivierdalen en steile rotswanden geven het Ardennen woud een woest, bergachtig aanzien dat een grote aantrekkingskracht uitoefent op zowel natuur-, rust- als sportliefhebbers.

Het landschap kenmerkt zich door bossen, steile rotswanden (bergbeklimmen) en rivieren (kanoën en kajakken).